VASTSTELLINGEN ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

24-05-2018

Bij de voorbereidende grondwerken voor het plaatsen van de berlinerwanden en secanspalenwanden was een archeologisch team aanwezig om de archeologische structuren te identificeren die bij deze graafwerken aan het licht zouden komen. Bij de eerste schep in de puinlaag was het meteen raak: al direct werd op muurresten gestoten die kunnen worden gekoppeld aan de gebouwen die op het historisch kaartenmateriaal zijn opgetekend. Die ondiepe muurresten zijn voornamelijk resten van de huizen en bijgebouwen uit de 19e en 20e eeuw, met onder meer een gemetselde waterput en een afvoergootje. Dat bevestigt dat het onderzoeksgebied tot de vroege 19e eeuw uit twee delen bestond: een gedeelte met woningen langs de Duivenstraat en een tuingedeelte langs de Brandstraat.

Meer opvallend is de algehele opvulling van het terrein: men zou denken dat de helling van de Brandstraat in zuidwestelijke richting nu al scherp is, maar op basis van de eerste archeologische vaststellingen lijkt het er op dat die helling oorspronkelijk zelfs nog meer uitgesproken was. Zo werd in het dat deel van het terrein een vrij dikke aanvulling aangetroffen, die mogelijk als een zogenaamde "zwarte laag" kan worden geïnterpreteerd. Dit is meestal een zeer organische, kleiige laag die voornamelijk bestaat uit... huishoudelijk afval. In Geraardsbergen werd in deze laag alvast middeleeuws aardewerk aangetroffen en er is ook sprake van een zogenaamde "tonput", een houten water- of afvalput bestaande uit een gerecupereerde houten ton. Deze tonputten bevatten soms een schat aan informatie over de toenmalige bewoners en zal op een later tijdstip worden opgegraven.

Een ander interessant spoor was een zogenaamde "brandlaag". Dit is een laag die voornamelijk bestaat uit houtskool en "verbrande leem". Dit laatste is een materiaal dat ontstaat wanneer constructieleem wordt verhit. Het resultaat is een baksteenkleurig materiaal dat zeer zacht en brokkelig is. Het is voor de archeoloog echter een indicatie voor de aanwezigheid van bijvoorbeeld een lemen haardconstructie of vakwerk fel verhit wordt. In Geraardsbergen werd een volledige laag van dit materiaal aangetroffen, waarbij in sommige stukken nog de afdrukken van stro zichtbaar zijn. Dit duidt op een brand waarbij vakwerkhuizen aan de Duivenstraat afgebrand zijn. Is dit een stadsbrand, of een brand waarbij enkel de huizen van de Duivenstraat zijn aangetast ? En indien dit een stadsbrand is, uit welke periode ? Het vervolg van het archeologisch onderzoek in juni zal deze vragen trachten te beantwoorden... 

Groeten

BART DE SMAELE

https://www.hembyse.net/